“Ik lust geen bananen!” – & 15 andere onvoorziene gedachtespinsels op de piste

De voorjaarsvakantie staat voor de deur, en dat betekent dat een hoop gezinnen richting de bergen vertrekken voor een wintersport. Ga jij ook?

Het lijkt allemaal zo mooi. Je bent met een grote groep mensen die je liefhebt op vakantie. Je ziet overal sfeervolle winterlichtjes, je ruikt waar je ook gaat warme chocolademelk met bergen slagroom, en bier en Aperol Spritz vliegen je om de oren.

Je zou bijna vergeten dat er ook nog gesport moet worden. Want het is nou eenmaal winterSPORT. En dan moet je maar nét geluk hebben met de omstandigheden, want wintersporten is andere koek dan badmintonnen op je veilige campingveldje in de zomer.

Nee, wintersporten gebeurt soms onder barre omstandigheden. Dus je kan dan wel als een keizer een nachtje in je warme hotelbedje hebben doorgebracht en genoten hebben van een luxe ontbijtje inclusief Oostenrijkse kaiserbroodjes, die pistes gaan jou uitdagen. En wij helpen je met deze fysieke, maar vooral ook mentale strijd. Want als je die eenmaal hebt overwonnen, dan ben je pas echt de koning te rijk.

Dus mocht één van onderstaande gedachtespinsels jou (letterlijk en figuurlijk) daarboven gek maken, blijf dan rustig en lees hier hoe je met die gedachten om moet gaan.

Gedachtespinsel 1. “Ik lust geen bananen!”
– Dat is ook helemaal niet relevant: als je maar weet óf je een banaan moet halen.
Als iemand jou vertelt of vraagt om een banaan te halen, dan bedoelen ze niet een stuk fruit, maar een brancard voor op de sneeuw. Die kan gebruikt worden om mensen op te halen die gevallen zijn, maar ook om mensen op te halen die simpelweg niet meer weten hoe ze naar beneden moeten komen.

Bij een ongeluk kan een banaan noodzakelijk zijn. Maar een banaan is er niet voor bedoeld om vermoeide mensen naar beneden te brengen. Krijg jij de gedachte dat je oververmoeid bent, probeer dan, voordat je een banaan bestelt, te bedenken dat je veel geld voor deze wintersportvakantie hebt betaald en je dus moet proberen om zelfstandig naar beneden te komen. Jij kunt dat namelijk! Eenmaal thuis in Nederland zal je beseffen dat het ‘t waard was om met elke vezel in je lijf door te zetten.

Gedachtespinsel 2. “Komen ze die bulten nog prepareren?!”
– Nee, niet nu. We snappen dat je schrikt maar dat is niet nodig. Dit is ‘magic’!
Het geeft namelijk een magisch gevoel om in een goed ritme en tempo over een ‘buckelpiste’ te skiën. Zeker als je, na een paar keer proberen, een afdaling helemaal ‘uit’ kunt skiën. Pistes met buckels (sneeuwbulten) zijn altijd uitdagend. Maar we horen je denken: ‘Hoe moet het dan?’. Probeer je normale techniek toe te passen en om de buckels heen te skiën of te snowboarden. Of kies ervoor om juist wél over de buckels heen te skiën, maar hang dan verder voorover dan je normaal doet. Je wordt namelijk een beetje gelanceerd als je een buckel trotseert en door goed voorover te leunen land je veilig. En ja, je kunt vallen, maar het goede nieuws is: op sneeuwbulten val je zacht.

Gedachtespinsel 3. “Ik zie geen moer!”
– Geen paniek. Je zit op een piste. Pistes liggen nou eenmaal hoog en vlakbij de wolken, en dus ligt mist snel op de loer.
Probeer altijd, zoals je ook in die vreselijke attracties in een attractiepark doet, een punt te vinden waar jij je op kan richten. Met mist is het namelijk moeilijk om diepte te zien. Ski of snowboard daarom van punt naar punt. Zie je bijvoorbeeld de pistebordjes? Of die herkenbare boom of hut? Laat daarnaast vooral de beste skiër of snowboarder voorop gaan. Probeer je bovendien ten alle tijden te concentreren op het toepassen van een goede skitechniek. Zet druk op je ski’s of snowboard om onvoorziene onregelmatigheden in de sneeuw op de piste gemakkelijk op te vangen. En wellicht is het minder avontuurlijk, maar wel veilig: probeer je snelheid te matigen bij mist.

Gedachtespinsel 4. “Wat een mierenhoopjes van klasjes!”
– We snappen je frustratie helemaal, maar die klasjes vallen niet te bestrijden. Probeer ze te omzeilen.
Net als jij probeert je medemens te genieten van een wintersport en dat doe je het beste door het skiën of snowboarden onder de knie te krijgen. Je moet ergens en een keer beginnen. Ouders stoppen hun kinderen al op jonge leeftijd in een skiklasje in de hoop dat als de kinderen later groot zijn, zij goed kunnen skiën. Lief bedoeld en misschien ook best wel slim bedacht. Maar die jonge kinderen hebben er nooit voor gekozen, met als gevolg dat ze soms huilend, tegensputterend en al klierend de juf of meester achterna skiën. En prima als dat je eigen kind is ( 😉 ) , maar die andere kids halen het bloed onder je nagels vandaan. Voor je eigen veiligheid en die van andere wintersporters mag je NOOIT door een rij skiën. Het beste kun je boven wachten tot de klasjes ver weg zijn geskied, zodat jullie geen last hebben van elkaar. Ook kun je er op letten welke skiroute de klasjes pakken om vervolgens zelf een andere route pakken. Misschien is dit juist wel het uitgelezen moment om eens een andere piste uit te proberen. Anticiperen dus. Bovendien kun je er rekening mee houden dat de skiklasjes aan het begin van de middag pauze houden, dus plan je eigen pauze daaromheen.

Gedachtespinsel 5. “Waar is de rode piste gebleven?”
– Die komt vanzelf weer naar je toe.
Hoewel jij op vakantie bent, is het een hoop geregel om jou van je vakantie te laten genieten. Pistes zijn nou eenmaal niet natuurlijk ontstaan, maar aangelegd door mensen. Hoewel medewerkers van organisaties erg hun best doen om de boel optimaal te organiseren, is het vrijwel onmogelijk om opzichzelfstaande blauwe, rode en zwarte pistes aan te leggen. Deze zijn allemaal met elkaar verbonden. Dus dacht jij stoer van een rode piste te gaan en kom je een blauw bord tegen: no panic, dit is slechts een gedeelte van de route. De rode borden kom je vanzelf weer tegen.

Gedachtespinsel 6. “Ik heb nooit om ijs gevraagd.”
– Dat weten we maar het hoort er nou eenmaal bij. Just act like a pinguïn.
Je denkt eindelijk even rust gevonden te hebben. Je hebt lekker je ski’s of snowboard weggezet en je wilt naar je plekje in de zon lopen. Maar je moet eerst nog op die ijsplaten lopen voordat je die welverdiende wienerschnitzel kan nuttigen.

Pinguïns leven op plaatsen waar weken aaneengesloten ijs ligt en hebben een manier van lopen op het ijs ontwikkeld zonder geblesseerd te raken. En dus, en dit is geen grap, kan je het beste proberen te lopen zoals een pinguïn. Lekker korte stapjes nemen en schuifelen dus. En hup, laat de heupjes zwieren van links naar rechts! Kunnen die meteen opwarmen voor je toffe dansmoves in de après-ski.

Gedachtespinsel 7. “Is er dan NERGENS plek?!”
– Wintersport is geweldig maar helaas ben jij niet de enige die dat denkt. Wintersportgebieden worden druk bezocht. Wintersporten betekent delen. Sharing is caring.
Want hoewel het op het strand in de zomer ontzettend irritant is om té dicht op iemands strandmatje te gaan liggen, is het op wintersport heel normaal om een tafeltje te delen met wildvreemden. Niemand kijkt raar op als je vraagt of je erbij mag komen zitten aan tafel. Sterker nog: de meeste mensen vinden het heel gezellig. Kun je meteen een woordje Duits of Frans oefenen. Ben je best wel een einzelgänger? Zoek dan naar verborgen plekjes op een andere etage in een restaurant. Bergrestaurants zijn vaak net een doolhof, dus check altijd de verborgen hoekjes!

Gedachtespinsel 8. “Euhm…, hoe gaat die stoeltjeslift eigenlijk dicht?”
– Wees niet bang, de lift heeft een relatief lage snelheid waardoor je niet snel uit de lift valt.
En toch is het uiteraard wel het veiligst als je de lift dicht doet (!), zeker als er ook kinderen inzitten. Het is nog nét niet de kermismeneer die ‘volgende ronde’ schreeuwt, maar zo snel als een ritje in een kermisattractie is afgelopen, zo snel wordt bij het instappen een skilift onder de bips geschoven. Zonder dat je ook maar enig benul hebt van hoe dat ding dichtgaat. En toch is dat best zinnig om te weten, aangezien dat ijzeren stoeltje je kilometers naar boven brengt en je toch liever niet naar beneden wilt vallen. Doe de lift op de volgende manier dicht:

Kijk boven je of aan de zijkant. Daar zit een stang. Deze kun je naar beneden drukken. Let op dat je je benen uit elkaar houdt zodat je de stang tussen je benen kan drukken. Je ski’s zet je op de stangen die naast je ski’s hangen zodra je de stang naar beneden hebt geduwd.

9. “Ik heb mijn skistok laten vallen.”
– Jij ook al?
Als je een euro zou krijgen voor elke verloren skistok die je vindt in een skigebied, dan kan je stinkend rijk worden. Mensen verliezen namelijk vaak skistokken, zeker vanuit de lift. Je bent dus echt niet de enige en je bevindt je nu dan ook niet in een onoverkomelijke situatie.

Hoe dan ook, het is belangrijk om je skistokken weer terug te halen want je skistokken zijn belangrijker dan je wellicht zou denken. Ze houden je namelijk in evenwicht. Als je een skistok laat vallen, haal dan nooit zelf je skistok op. Schakel de bergredding in. Meestal ligt je stok namelijk onder de lift in een gebied dat niet begaanbaar is voor skiërs en snowboarders.

Gedachtespinsel 10. “Hoe kleef ik die latten weer onder mijn voeten?”
– Rustig maar, twee klikjes en het is geregeld.
Bij het aantrekken van ski’s is het handig als je op een vlak deel van de piste staat. Vaak moet je echter je ski’s aandoen op een hellinkje. Leg je ski’s evenredig naast elkaar en horizontaal op de piste. Doe altijd eerst je dalski aan en daarna je bergski. Daarnaast moet je zorgen dat je ski’s meewerken. Wat vaak gebeurt, is dat de bindingen van de ski’s niet goed staan. Mensen denken er vaak niet aan. Zorg dat de klikker van de binding (achter je hiel) naar beneden staat bij het aandoen van de ski’s.

11. “Er zit een scheur in mijn skibroek.”
– Één van de bekendste Nederlandse après-ski-hitjes heet niet voor niets ‘In de blote kont’. Grapje.
Het is natuurlijk niet voor niets dat je niet in je spijkerbroek gaat skiën (hopen we). Skikleding kan wel tegen wat stootjes. Je bent nu eenmaal de hele dag aan het sporten. Een normale skibroek (ook de goedkoopste) heeft dubbele stof waardoor de eigenlijke broek beschermd wordt door een laag stof. De broek zal uit zichzelf niet snel gaan doorscheuren. Daar zorgt het materiaal wel voor. Je kunt dus rustig doorgaan met skiën. Eenmaal beneden in het dal koop je bij de supermarkt of sportwinkel een tubetje Seamgrip dat je op het scheurtje smeert. Dat goedje zorgt ervoor dat de scheur niet groter wordt.

Gedachtespinsel 12. “Wat ben ik vergeten?”
– Hoezo? Het is vakantie, je hebt niets nodig.
Oké oké, dat is natuurlijk niet helemaal waar. Je bent immers op een actieve vakantie en daarbij zijn bepaalde dingen belangrijk. Er zijn drie dingen heel belangrijk. Of vier, als je kids hebt. Want kids vliegen vaak die piste over dus houd ze goed in de gaten. Daarnaast gaat het om je skipas, je handschoenen en je skihelm. Als je je skipas niet hebt kan je namelijk letterlijk geen kant op. Je handschoenen zijn niet alleen geschikt tegen de kou, maar die zijn ook bedoeld om je handen te beschermen. Het is alleen wel heel erg knap als je de deur verlaat zonder handschoenen. Daarnaast is een skihelm ontzettend relevant omdat die juist datgene beschermt waar je nooit zonder kan; je koppie.

Heb je je geld bij je? Oh, oh, vergeten? Ach joh, je bent niet alleen, toch? Oké dan, je lippenspul en zonnebrand? Nou, je overleeft het wel zonder die spulletjes. Dan rest nog je humeur. Als je dat zoekt raden we je aan om óf de zon, óf een warme chocolademelk te gaan zoeken.

13. “Brrr het is zo koud!”
– Tsja, voor de sneeuw was je hierheen gekomen, toch?
Ga óf de uitdaging met jezelf aan om een moeilijke piste te proberen waar je op moet zweten óf zoek de warmte op in een berghut om te genieten van een ‘heiße choco mit sahne’ (warme chocolademelk met slagroom).

Probeer daarnaast je vingers en tenen te bewegen. Deze zijn gevoelig voor bevriezing. Bij extreme kou is een ‘buff’ geen overbodige luxe. Dit is een muts voor over je gezicht, waar een opening in zit voor je ogen, neus en mond. Bovendien kan je een ‘warmtepad’ meenemen als je gaat wintersporten.

In de skilift moet je jezelf extra wapenen. Je zit dan stil en dus verlies je lichaamwarmte. Probeer dan je armen en benen te bewegen.

Gedachtespinsel 14.“Mijn benen gaan er met mij vandoor.”
– Oké, het is genoeg geweest voor vandaag.
We proberen je bij elke gedachte flink op te beuren en je vooral te laten weten dat je door moet zetten, maar als je benen er met jou vandoor gaan, dan is het genoeg geweest. Tijdens het skiën en snowboarden vraag je zoveel van je benen. Is dit de derde dag dat je op de piste staat? Dan heb je wellicht last van het zogenoemde ‘derde-dag-syndroom’. Een bekend fenomeen in de wintersport, dat betekent dat je lichaam op de derde dag van de vakantie heel moe kan zijn. En dat is ook niet gek. Ineens ben je dagen lang aan het sporten. Dat wijkt waarschijnlijk af van je ‘normale’ leven en dus is je lichaam even in de war.

We willen je nu alleen maar even vertellen dat het niet erg is om te stoppen. Tijd om lekker de après-ski in te duiken, een drankje te nemen en te ontspannen!

Gedachtespinsel 15. “Ik kan de wereld aan.”
– Nee, helaas is de natuur sterker dan jij.
We vinden het mega fijn als je zeker bent van je kunsten op de piste. Maar besef: niks is zo onvoorspelbaar als de natuur. En de natuur is van grote invloed op jouw skiconditie. Bovendien heb je te maken met andere skiërs waar je al helemaal geen invloed op kunt uitoefenen. Regelmatig zijn er ongelukken gebeurd met mensen die dachten heel goed te kunnen skiën. Natuurlijk mag je trots zijn na al het harde werken en je mag ook stappen zetten. Maar houd altijd rekening met het feit dat er toch nog een ijzig en dus moeilijk stuk piste aan kan komen. Ook kun jij lekker snel willen gaan, als het skiklasje dat voor jou skiet dat niet wilt, moet je wat snelheid terugnemen. Verder willen we je stimuleren om vooral progressie te maken. Krijg alleen geen grootheidswaanzin. Zelfs de allerbeste professionele skiërs kunnen nooit helemaal los gaan omdat ze altijd rekening hebben te houden met hun omgeving.

Gedachtespinsel 16. “Ik ga nooit meer naar huis!”
– Of toch wel – maar hoe dan?
Sta je dan. Lekker na te genieten van je skidag in de après-skibar op de berg. De kids zijn in de kinderdisco, bij opa en oma of liggen en al lekker op bed en jij vermaakt je prima. Voor je het weet ben je iets te licht in het hoofd om te skiën of te snowboarden (ja, ook jij ja, ga maar eens aan de glühwein) en wil je naar beneden terwijl de skiliften al gesloten zijn. Hoe kom je nu naar beneden? Veel tenten op de berg regelen busjes die om de zoveel tijd bezoekers naar het dal brengen. Op vertoon van je skipas kun je met het busje mee. Eenmaal beneden raden we je aan een taxi te bellen. Dat kan, indien nodig, de chauffeur van het busje voor je regelen, want ja, die heeft heus wel vaker mensen in zijn busje vervoerd die een beetje de weg kwijt zijn. Aan jou de taak om je adres door te geven, want dat weten wij dan weer nét niet. We kunnen niet alles weten.